Sociale Software

We kennen ze inmiddels allemaal: Twitter, Facebook, Hyves, Flickr, Myspace, wiki’s, blogs, et cetera. Web 2.0 draait om sociale software voor het web en is de grootste Internethype sinds de dotcom bubbel begin deze eeuw is geknapt. Velen denken dat deze tools (de sites bieden immers functionaliteit) uiteindelijk de basis zullen vormen van het sociale Web 3.0 dat eraan zit te komen (ook wel Semantic Web genoemd). Er zijn nooit verschillende versies van het Web geweest en de definities van Web 2.0 verschillen dan ook enorm, maar er is zeker een fasering te onderkennen.

Het protocol dat ten grondslag ligt aan het Internet is HTTP (HyperText Transfer Protocol; vandaar het voorzetsel http:// voorafgaande aan een Internetadres). Dit protocol is inmiddels redelijk gedateerd en bevat in essentie niet de middelen om functionaliteit aan websites toe te voegen. Om die reden heeft het ook een tijd geduurd totdat hier bovenop allerlei technieken zijn gebouwd die met behulp van HTTP wél die functionaliteit mogelijk maken. Denk hier aan WebServices, REST, SOAP, RPC, AJAX en meer van die nog immer populaire termen. Ze maken het mogelijk om dynamische webapplicaties te maken die interactiever zijn dan de statische pagina’s waarvoor het Internet in eerste instantie is bedacht (naast e-mailcommunicatie). Op het moment dat het mogelijk werd dat websites of delen van websites konden samenwerken, of eigenlijk toen die technieken begrepen en populair werden, was het hoofdstuk Web 2.0 ontstaan.

De populariteit van Web 2.0 heeft ervoor gezorgd dat er sinds einde jaren ’90 veel is geëxperimenteerd met de technieken. Mensen zijn nu eenmaal sociale wezens en om die reden lijkt het logisch dat sociale websites zijn ontstaan en nog immer aan populariteit winnen. Op de achtergrond werken bedrijven als Google en Opera, maar ook vele universiteiten aan de volgende fase van het Web. Een Semantisch (betekenisvol) Web, waarbij bekende en toekomstige functionaliteiten en sociale aspecten geïntegreerd worden in het dagelijkse surfen, maar ook in het reguliere computergebruik. Denk aan het posten van een foto of een map foto’s richting een sociale netwerksite door met de rechter muisknop een bestand aan te klikken in de verkenner. Ook het selecteren van een tekst op een Internetsite en publiceren naar bijvoorbeeld Twitter, zal een stap richting een coherenter Internet zijn.

Het semantische aspect zal te zien zijn in de wijze waarop wij met Internet omgaan. Om nieuwe sites te ontdekken, moeten we op dit moment bij toeval een link tegenkomen op een site om vervolgens door te klikken naar de nieuwe vondst. Een andere manier is het gebruik van een zoekmachine, hetgeen eveneens een aantal nadelen kent. Je moet weten op welke kernwoorden een site te vinden is. Verder heb je niet veel aan bijvoorbeeld tienmiljoen resultaten op een zoekactie. Een ander belangrijk nadeel is dat niet alle sites gevonden kunnen worden, omdat ze nog niet geïndexeerd zijn of omdat ze nog niet lang genoeg bestaan.

Zoekmachines zullen belangrijk blijven, maar uiteindelijk zal er een standaard ontstaan om informatie te linken op basis van betekenis. Informatie wordt geautomatiseerd aan elkaar gerelateerd en relaties zullen net als de informatie zelf ook een betekenis krijgen. Zie dit bijvoorbeeld als een wegennet. Als ik van Amsterdam naar Rotterdam rijd met de auto, kan ik op verschillende manieren navigeren, afhankelijk van mijn bestemming en mijn voorkeuren omtrent wegen en tussenstops. Ik kan onderweg stoppen, omdat ik iets interessants tegenkom, zoals een park, maar ik kan ook recht op mijn doel afgaan. Het huidige Internet is overigens niet te vergelijken met een TomTom, waarbij een adres wordt gezocht en op “Ga naar” wordt geklikt. Hierbij is het resultaat van een zoekopdracht naar een adres namelijk meestal 1. Zoeken met een zoekmachine is nog altijd een verrassing (er wordt niet gezegd: hier is jouw enige resultaat dat weergeeft wat je zoekt) en dat legt meteen het huidige probleem van het Internet bloot. Daar komt nog bij dat het zoeken nu nog in handen ligt van een aantal bedrijven, terwijl het eigenlijk onderdeel van het Internet zou moeten zijn dat wij allen gezamenlijk bezitten.

We kunnen hieruit concluderen dat het Internet nog lang niet uitontwikkeld is en ik wacht met smart op al het moois dat komen gaat en draag daar tevens een actief steentje aan bij. Maar wat kunnen we nu over organisaties en hun adaptievermogen met betrekking tot Web 2.0 zeggen? Bedrijven hebben zich geruime tijd conservatief opgesteld als het gaat om de omarming van sociale software binnen het bedrijf.

Nu begrijpt een ieder dat het niet productief is om te gaan ‘Hyven’ op het werk. Dat is ook precies waar men bang voor was en keek daarom de kat uit de boom, als men niet al met een whitelist voor toegang werkt of zelfs het gehele Internet afsloot voor haar werknemers. Inmiddels is een kentering gaande en wordt er massaal onderzoek gedaan naar de juiste wijze van het gebruik van sociale software binnen organisaties. Sociale software geeft niet alleen de mogelijkheid aan werknemers om documenten en links te delen, elkaar vragen te stellen, blogs bij te houden, wiki’s te vullen ter kennisdeling en op de hoogte te blijven van al wat meer. Het legt volgens onderzoekers tevens de natuurlijke verhoudingen weer tussen werknemers in een organisaties. En dat zijn zeer waardevolle gegevens. Een bedrijf kent vele posities en werknemers die de posities invulling geven. De invulling geschiedt soms op basis van een jaren lange relatie, maar vaak ook op basis van momentopnames, waarbij een bevoegde net een goede band had met een persoon die promotie maakt of een goede manager die net een slechte dag had op het moment dat een beoordelingsgesprek plaatshad. Door activiteiten van werknemers op een sociale  site te volgen wordt voor een deel en natuurlijk duidelijk hoe de verhoudingen echt liggen. Die gegevens kunnen dan als nauwkeurige en centrale informatiebron dienen ter ondersteuning van beoordelingen.

Sociale software wordt door onderzoek en voortschreidend inzicht steeds meer geaccepteerd binnen organisaties. Omdat platforms op het publieke Internet te weinig controleerbaar zijn, is het gebruik daarvan niet ideaal. Er zijn inmiddels talrijke opties om binnen de eigen muren van het bedrijf sociale software te voeren en op die wijze gebruik te maken van de voordelen die het biedt. IBM heeft met haar Social Computing Software en Advanced Collaboration Tools een aantal producten op de markt gebracht die geschikt zijn als sociale software voor enterprises en die in mijn ogen enorm veel potentieel hebben. In IBM’s Dublin Software Lab werken onder leiding van Mike Roche zo’n 300 mensen aan deze software categorie met enorm veel integratiemogelijkheden.

Lotus Connections, IBM’s ‘Facebook for the Enterprise’, is inmiddels het snelst verkopende IBM softwareproduct ooit. Dat is niet zo gek, want de drempel ligt met het gebruik ervan wel heel erg laag om kennis te delen, profielen van collega’s te vinden en te bekijken, links te delen, enzovoorts.  Dat alles met het bekende veiligheidsniveau en de schaalbaarheid van IBM Software. De software biedt velerlei integratiemogelijkheden op basis van open source standaarden, maar ook out-of-the-box voor verschillende IBM producten. Geen zogenaamde vendor lock-in, maar wel een volwaardig platform om een waardevolle functionele behoefte in te vullen, is een combinatie die veel bedrijven aanspreekt.

Een bijkomend voordeel van de software is dat het zich uitstekend leent om extern af te nemen in een SaaS-model, waarbij een prijs per gebruiker wordt gehanteerd. Hosting on Demand levert deze optie op basis van veiligheidstechnieken, zoals die ook gebruikt worden voor Internetbankieren. Op die manier is de software nog flexibeler in te zetten, zit men niet vast aan jarenlange contracten, er zijn geen investeringen nodig en er hoeven geen resources ingepland te worden om omgevingen te onderhouden en te beschermen. Laat Web 3.0 nu maar komen: wij zijn er klaar voor!

0 Comments

Leave A Reply

You must be logged in to post a comment.